maandag 6 januari 2014

Een nat pak en geen verbinding meer...


“Op zoek naar twee voortvluchtige inbrekers ga ik met politiehond Breston een Drents natuurgebied in. De twee waren even daarvoor betrapt door buurtbewoners en sloegen op de vlucht.

Het duurt niet lang of mijn maatje vindt een spoor en loopt strak aan de lijn voor mij uit. Het eerste bosperceel is snel genomen, we steken een weiland over en komen in een bos dat voornamelijk uit veen en moeras bestaat. Het duurt niet lang of het water staat in mijn kisten. Breston gaat verderop bij een voorwerp liggen dat, dichtbij gekomen, handschoenen blijken te zijn. Als die er al enige tijd zouden liggen, zou mijn diensthond er even aan ruiken en verder gaan. Maar hij blijft liggen; er zit dus nog menselijke geur aan.

Na nog een moerasgedeelte, komen we uit op een fietspad, dwars door een natuurgebied. Dan slaat Breston opeens rechtsaf het natuurgebied in. Het duurt niet lang of ik zit behoorlijk vast in het moeras. Met moeite kan ik het spoor volgen langs de kronkelbeek. Een andere hondengeleider, die op het zandpad rijdt, houdt continu zichtcontact met mij.

Plotseling wil Breston direct naar de overkant van de beek. Dus koppel af, boven mijn hoofd houden en hopen dat de beek niet al te diep is. De oversteek van zo’n vier meter valt me mee: het water komt tot net boven mijn middel. Aan de overkant doe ik mijn koppel weer om en laat Breston verder speuren. Ondertussen vragen collega’s via de portofoon waar ik ben en juist op dát moment weigert mijn portofoon. Hij heeft toch water geraakt. Ontvangen kan ik nog wel, maar zenden niet. Het zichtcontact tussen mij en de collega’s is ook verbroken. Ook mijn mobiele telefoon heeft al snel geen bereik meer. Tja, daar loop je dan met zijn tweeën midden in een natuurgebied. Tot overmaat van ramp zak ik langzaam weg in het moeras. Ik sta tot aan mijn knieën zó vast in de grond dat ik totaal niet meer kan bewegen. Ik roep Breston en pak hem stevig vast. Gelukkig heeft hij wél genoeg kracht en trekt mij langzaam uit het moeras.

Als ik verder wil gaan, draait Breston zich om en loopt terug naar de beek. Hij steekt zijn neus in de lucht en wil een stukje verder weer de beek oversteken. Dus de koppel maar weer boven mijn hoofd in de veronderstelling dat ik weer tot mijn middel het water inga. Dat valt tegen; ik ben nog niet halverwege als ik in een diep gat stap en alleen mijn hoofd nog droog blijft. Totaal doorweekt kom ik het ijskoude water uit. Gelukkig zorgt Breston ervoor dat ik me weer warm loop.

In de stemmen van de collega’s op de portofoon hoor ik enige verontrusting, maar zenden lukt nog steeds niet. Toch raar: je mankeert niets, oké je bent drijfnat, bent verdachten op het spoor en kunt dit niet doorgeven aan je ongeruste collega’s. Ondertussen gaat Breston gewoon door met zijn werk. Het gehele spoor loopt zo’n beetje langs de kronkelende beek, af en toe dwars door dichte bosjes. Ik zie dat aan de vers afgebroken takken en voetsporen. Elke keer weer een bevestiging voor mij dat Breston op het goede spoor zit.

Eindelijk zie ik een dubbele boomwal, wat erop duidt dat ik niet ver van een verharde weg of zandpad ben. Voor ik het weet, hoor ik een collega-hondengeleider: ‘We hebben fysiek contact met Hugo’. Twee hondenvoertuigen komen snel mijn kant op. Na kort bijgesproken te hebben met de hondengeleiders neemt een van hen ons spoor over. Breston kan nu even uitrusten. Helaas pakt de diensthond van mijn collega het spoor niet meer op en wordt de zoektocht gestaakt. Nadat ik de eerder gevonden handschoenen heb veiliggesteld, trek ik maar eens een droog pak aan.

De recherche uit Assen laat me later weten dat de door Breston aangetroffen handschoenen een DNA-hit opleverden. Eén van de verdachten is al aangehouden en heeft de inbraak bekend. Kijk, daar doe je het voor, al had ik ze liever in het natuurgebied aangehouden, samen met mijn trouwe maatje.”
Hugo werkt als brigadier bij de Eenheid Noord-Nederland. Sinds 2001 is hij surveillancehondengeleider.   


 

donderdag 26 december 2013

Kerstgedachte



Kerst is toch altijd een bijzondere tijd. Voor christenen betekent kerst de geboorte van Jezus. Voor degenen die dit niet geloven betekent kerst lekker vrij zijn, etentjes en cadeautjes onder de kerstboom. Maar er zijn ook mensen die ‘gewoon’ moeten werken met de kerstdagen. En er zijn mensen die oorlog met elkaar krijgen…

Met kerstavond wordt er altijd een kerstmaaltijd voor de werkende collega’s geregeld. We proberen dan gezamenlijk de maaltijd te nuttigen op het bureau, een nabijgelegen district neemt dan meestal waar. Zo hebben we dit jaar afgesproken dat wij om 02:00 uur een half uur gaan eten en district 9 om 02:30 uur. Waarschijnlijk leeft de kerstgedachte bij twee families niet zo, want voordat we de maaltijd kunnen gebruiken rijden we met spoed naar een schietpartij. Er is iemand neergeschoten en de dader verschuilt zich in een nabijgelegen woning. Omdat er zoveel tijd in de melding en de afhandeling gaat zitten, zijn we uiteindelijk om 06:00 uur terug op het bureau. En daar staat onze maaltijd, de koud geworden saté, de waxinelichtjes en keurig gedekte tafel. Niemand heeft op dit tijdstip nog zin om eten naar binnen te gaan werken. Eigenlijk baalt iedereen als een stekker, je merkt dat de stemming er niet vrolijk van geworden is.

De overvloed aan eten en drinken dreigt weggegooid te gaan worden en ik sta te verzinnen wie ik nou eens blij zou kunnen maken. Het wonderlijke is dat er altijd wel een oplossing voor zoiets komt, want in de wachtcommandantruimte zie ik via camerabeelden dat een bekende zwerver op busstation Zuidplein de vuilnisbakken aan het leeghalen is om te kijken of er nog wat eetbaars te halen valt. Snel pak ik een doos en stop daar diverse lekkernijen in. Ik roep naar de wachtcommandant dat hij cameratoezicht moet bellen om te zorgen dat ze de zwerver in beeld houden. Ook neem ik nog een kerstmuts mee. Ik ren met de doos naar de auto, spring erin en race naar het busstation. Ik hoor van de wachtcommandant dat de man zojuist richting de van Swietenlaan is gelopen, buiten het zicht van de camera’s.

Op dat moment rij ik de van Swietenlaan in en zie de man inderdaad lopen. Ik stop aan het begin van de van de laan en roep dat hij even naar mij toe moet komen, want ik wil vooral in het zicht van de camera’s hem de doos geven. Hij heeft dit natuurlijk niet door, dus de hilariteit op het bureau is groot als hij onder de camera de doos met heerlijke belegde broodjes, een slaatje, een pakje melk, fruit enz. krijgt en er verlekkerd inkijkt. Het is geweldig om te zien hoe dankbaar hij is. Ik loop met hem mee naar een bankje en zeg dat hij daar maar moet gaan zitten eten, uiteraard in het zicht van de camera’s, en na afloop alles op moet ruimen en in de vuilnisbak moet doen. Ik pak de kerstmuts uit mijn zak en zeg dat hij deze wel op moet zetten, omdat het tenslotte wel kerst is. Lachend pakt hij de muts aan en zet hem op.

Als ik terug op het bureau kom hebben we de zwerver op grote beelden bij de wachtcommandant in het zicht. Ondanks dat we zelf niet van een kerstmaaltijd genoten hebben, nemen deze beelden alle chagrijnigheid bij de collega’s weer weg. Als een koning zit de man met zijn rood/witte puntmuts op het bankje aan zijn koningsmaaltijd. Hierna hebben we het opvangtehuis “de Hille” gebeld en gevraagd of ze de overige dozen met eten en drinken wilden hebben, wat ze graag wilden. We hebben hierop de bus volgeladen en alles naar het opvangtehuis gebracht.

Zo kwam alles toch nog op een goede bestemming en niet in de vuilnisbak. De kerstgedachte kwam op deze manier toch tot zijn recht en met een vette glimlach verliet ik het bureau Zuidplein op weg naar mijn bed.

woensdag 18 december 2013

Een ‘rustige’ vroege dienst...

Om 5:45 uur ging mijn wekker. Het eerste wat ik dacht was: “het zal wel weer zo’n rustige dienst worden als gister”. Aan het einde van de dag zou ik daar toch iets anders op terug kijken.

Rond 6:30 uur kwam ik aan op het bureau. Een van de eerste meldingen was een woninginbraak. Omstreeks 10:15 uur hoorden wij via de portofoon dat er elders in het gebied een sterke gaslucht uit een woning kwam. Omdat we net klaar waren met de woninginbraak hebben we aangeboden om mee te rijden op die melding, al was het alleen om het verkeer te regelen. Op dat moment was nog niets duidelijk dus wie weet konden ze wel wat extra handjes gebruiken.  

De brandweer was inmiddels in kennis gesteld en niet veel later kwam deze ook ter plaatse. Er werd besloten dat de brandweer de deur open zou maken en beneden zou gaan luchten. Dat wil zeggen de sterke gaslucht uit huis blazen, zodat het zonder perslucht ook een werkbare ruimte zou worden. Nadat de brandweer de benedenverdieping had gelucht, begonnen ze met de bovenverdieping. Na een tijdje kwamen ze weer beneden met de informatie dat de ramen open waren gezet maar dat ze één kamer niet in konden omdat deze op slot zat en/of gebarricadeerd was.

Na een tijdje kregen we van de brandweer het sein dat het ‘veilig’ was. Daarop besloten dat wij toch naar binnen te gaan, op basis van artikel 3, om hulp te verlenen. De bewoner zou ergens in het pand moeten zitten. Natuurlijk eerst een plan van aanpak maken; hoe gaan we het doen? Twee koppels, mijn maatje en ik koppel 1 en de twee andere collega’s koppel 2. We kregen een ram mee van de brandweer om op de eerste verdieping de deur die op slot zat/gebarricadeerd was te openen. In de kamers die open stonden even snel een blik naar binnen geworpen, daar was niemand. Natuurlijk hebben we ons kenbaar gemaakt als politie, misschien zou de bewoner daarop reageren en dan toch te voorschijn komen. Dan blijft er op de eerste verdieping nog een kamer over. De kamer die op slot zat. Uiteindelijk besloten om de ram te gebruiken om de deur te openen. In films lukt dit natuurlijk in een keer, mijn collega heeft zeker zes keer moeten rammen om de deur op z’n 20cm open te krijgen. Achteraf bleek dat er een hoop spullen achter de deur stonden. Door die 20cm opening konden wij zien dat het in de kamer pikkedonker was. Op een gegeven moment horen we een stem: “De politie moet opflikkeren, anders steek ik de boel in de fik”.

Een paar seconden waren we stil. Nog geen 3 seconden later doet de bewoner wat hij zegt. Er komt ons een enorme vuurbal tegemoet… Op dat moment gaan je hoofd en lichaam over op overleven. Wat ik me kan herinneren is dat er overal vuur om ons heen was. En het volgende moment dat ik op de onderste treden van de trap lag. Een ding weet ik zeker; ik heb niet alle treden geraakt op mijn stunt naar beneden.

Dat is dan iets wat je niet verwacht. Hoe vaak wordt er niet gezegd “de politie moet dit, anders doe ik dat..” 99 van de 100 keer wordt er gebluft. Dit keer was het geen bluf… maar er is ons ook niet de mogelijkheid geboden om te vertrekken. Op het moment dat ik alleen beneden kwam ging er maar één ding door me heen: ‘waar zijn mijn drie collega’s?!’ We waren toch echt met z’n vieren boven! Enkele minuten (of secondes die minuten leken?) later kwam ik buiten en zag ik dat mijn drie collega’s naar omstandigheden allemaal goed buiten waren gekomen.  Dat was misschien wel het fijnste gevoel van heel die dag.  

Uiteindelijk kom je dan op het bureau... op school had je wel eens gehoord tijdens de lessen dat er bij grote incidenten een grote de-briefing komt. Die grote de-briefing kwam ook, alle betrokken collega’s, brandweer, TCO (team collegiale ondersteuning), meldkamer, externe partners, etc. waren aanwezig. Z’n grote de-briefing had ik nog nooit mee gemaakt.  

Zo verandert een ‘rustige’ vroege dienst in een dienst waarop je opeens om 19:30 uur je voordeur binnenstapt. Mij zul je niet snel meer horen zeggen “het zal wel weer een rustige vroege dienst worden”.  

Joyce (23) volgt de opleiding tot agent op de Politieacademie in Eindhoven. Ze is in dienst bij de Eenheid Oost-Brabant.

 

maandag 9 december 2013

Bloedtransfusie

“Ik ben met mijn klasgenoten al drie maanden onderweg in de opleiding en we beginnen al aardig blauw bloed te krijgen. Nee, we zijn niet verloofd met iemand van het koninklijk huis en we werken ook niet bij de Albert Hein. We krijgen zo langzamerhand blauw politiebloed geïnjecteerd.

Dit gaat vanzelf tijdens de opleiding. Door onze docenten zijn we hier al op gewezen. We zouden gaan ‘veranderen’ en onze omgeving zou dit gaan merken. Het klinkt nu wellicht wel alsof we worden gehersenspoeld, maar daar is niets van waar. Onze grijze massa gaat anders denken en dat doen we uit onszelf.

We zullen tijdens ons vak voor moeilijke situaties en keuzes komen te staan. Je leest vaak genoeg op van andere bloggers wat voor situaties ze meemaken. We kunnen nu niet meer alleen maar van een onderbuikgevoel uitgaan, maar we moeten het ook nog gaan onderbouwen. Bijvoorbeeld door wetten,  regels en procedures toe te passen. Dat is nu het verschil tussen iemand die het goed bedoelt en een professional. Het is mooi om te zien dat al mijn collega’s in de klas zich hier van bewust zijn!

Ikzelf merk het al als ik in de auto zit en meer dan alleen op mijn eigen verkeerssituatie let. Ik zie andere bestuurders bumperkleven. Gisteren zag ik in een ooghoek op de A2 een man in het donker op de vluchtstrook staan. Ik scan nu al mijn omgeving af en kijk verder dan mijn neus lang is. Ook koppel ik aan elke overtreding en misdrijf al artikelnummers uit bijvoorbeeld het wetboek van strafrecht. Thuis bespreek ik dit tot vervelens aan toe. Ik heb wel het geluk dat mijn vriendin ook werkzaam is bij de politie. We spreken soms met heel veel afkortingen in zinnen. Afkortingen gebruiken…dat is politie-eigen. 
We zijn nu begonnen aan de maand december en we hebben dan nog maar een krappe maand te gaan voordat we een maand gaan stagelopen in onze eenheid. ‘Stage’ in de volksmond…volgens de Politieacademie ‘beeldvorming beroep’, maar volgens de collega’s in het hele land ‘de blauwe maand’. Het lijkt daarom bijna geen toeval dat we ons juist na drie maanden bewust worden van onze bloedtransfusie…we zijn er klaar voor en hebben er zin in! De volgende keer zal ik dan ook schrijven over mijn ervaringen van ‘de blauwe maand’!”
Sander (32) heeft na een aantal jaar in het bedrijfsleven gewerkt te hebben, de overstap gemaakt naar het politievak. Vandaag vertelt hij over zijn eerste drie maanden in de opleiding.

vrijdag 29 november 2013

Melding huiselijk geweld

Het was ongeveer 8 uur ‘s avonds toen mijn collega en ik aangewezen werden voor een voetsurveillance. Buiten was het miezerig weer en vrij koud. Vrijwel meteen kregen we onze eerste melding binnen. “Meldkamer voor de 14-01, over”. “Hier de 14-01, over.” “Meldkamer voor de 14-01, we hebben een melding binnengekregen van een vrouw die overstuur is. Ze heeft ruzie met haar man, dus zouden jullie even een kijkje kunnen nemen bij de X straat nummer 53, over.” “14-01 voor de meldkamer, dat is begrepen en we gaan ter plaatse.” Omdat mijn collega en ik dichtbij waren duurde het niet lang voordat we ter plaatse waren.

Onderweg naar het adres hebben we een plan van aanpak gemaakt. Wat zouden we kunnen verwachten en hoe gaan we het aanpakken? Omdat elke situatie weer anders is, hebben we een paar algemene aannames gedaan. Mijn collega zou zich bezig houden met de man, en ik zou me ontfermen over de vrouw die de melding heeft gedaan. Belangrijk is dat we ze meteen apart zouden nemen om de verhalen apart van elkaar te kunnen horen en om erger kwaad te kunnen voorkomen. “14-01 voor de meldkamer, we zijn ter plaatse, over.”
Aangekomen bij het adres konden we de woordenwisseling al horen. Nadat we aangebeld hadden kwam er een man naar de deur, die in eerste instantie de deur niet open wilde doen. Wij bleven rustig en zeiden dat we even rustig met de meneer wilde praten. Uiteindelijk deed hij open en vroegen we of we binnen mochten komen. Binnen troffen we een puinhoop aan. Stoelen lagen verspreid over de vloer, naast de gesneuvelde bloempotten. De tv stond hard aan en het stel zat samen op de bank, waarvan de vrouw huilend in de hoek zat en de man een agressieve indruk maakte.
Zoals afgesproken heeft mijn collega de man apart genomen in de hal en ik ben verhaal gaan houden bij de vrouw. In eerste instantie was ze redelijk gesloten, maar heb uiteindelijk te horen gekregen dat de man haar meerdere malen heeft geslagen. Het was nog niet zeker of ze aangifte wilde doen, maar ze bleek uiteindelijk daar wel toe bereid. We wilden de man aanhouden voor mishandeling en gaven dit door aan de meldkamer. “Meldkamer hier de 14-01, betreft huiselijk geweld, meneer heeft zijn vrouw meerdere malen geslagen dus we hebben hem aangehouden, over.” We hebben de melding afgehandeld en al snel kregen we een nieuwe melding, hangjongeren die overlast veroorzaken. Even later kregen we van de meldkamer te horen: “Meldkamer voor alle eenheden, einde oefening.”
Om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op de praktijk is het van belang dat we realistisch oefenen. Hier hoort ook portofoongebruik bij. Het is namelijk belangrijk dat we goed kunnen communiceren met de meldkamer en onze collega’s. In dit geval waren de man en vrouw in kwestie onze klasgenoten. De rollen werden de ronde erna omgedraaid, waardoor wij nu mochten acteren.
Koen volgt de opleiding tot politievrijwilliger.

donderdag 28 november 2013

Bakkie troost


“De deur staat wagenwijd open en in de woonkamer ligt het slachtoffer dat gereanimeerd moet worden. Het ziet er eerlijk gezegd niet goed uit. De vrouw van het slachtoffer is in alle staten. Ze weet met de hele situatie geen raad.

Om ons volledig te kunnen concentreren op het reanimeren, vragen we voor haar extra collega’s erbij. We beginnen met handelen, geen pretje met een nuchtere maag. Er was bij het begin van deze ochtenddienst geen tijd voor een boterhammetje. We stapten meteen de auto in op weg naar deze melding en probeerden ons onderweg voor te stellen welke situatie we zouden aantreffen.

Mijn maatje en ik kijken elkaar aan tijdens het reanimeren en weten het: deze man is al enige tijd overleden. We kunnen niets meer voor hem doen. Inmiddels staat het ambulancepersoneel naast ons. Ook zij constateren hetzelfde.

Dan komt er een moment waarop je even niet meer hoeft te handelen. Hoe lang ze er al staat, weet ik niet, maar ik zie haar nu pas voor het eerst. Een meisje in haar pyjama, net zo oud als mijn dochter, staat vanaf de trap naar ons te kijken. Ze wil papa goedemorgen zeggen, want ze is net wakker. Ik hoor haar moeder die het meisje probeert uit te leggen wat er gaande is. De sfeer in huis, de moeder met haar dochter, de foto's in de kamer van een gezin en een slachtoffer net zou oud als ik, het raakt me. Het wordt me plotseling even teveel en ik loop snel naar buiten. Mijn maatje merkt het en loopt met me mee. Tranen rollen over mijn wangen. Ik zie mijn eigen dochter voor me en hoe die afscheid zou nemen van mij. Mijn collega vangt me op, maar ik zie in zijn ogen dat ook bij hem de waterlanders opkomen. Samen staan we daar op straat zomaar te huilen. We worden opgevangen door onze chefs die ook naar de woning zijn gekomen.

Uiteraard bespreken we deze melding met een bakje koffie. 'Bij de politie drinken ze de hele dag koffie,' wordt vaak gezegd. We drinken inderdaad koffie, nu even letterlijk een bakkie troost. Nadat we ook een boterhammetje op hebben, horen we de collega's van de meldkamer weer: 'Wilt u gaan naar...' En daar gaan we weer.”


Dirk-Jan (34) werkt als hoofdagent in Dordrecht. Hij rijdt veel 112-meldingen.

donderdag 14 november 2013

FILM VS. REALITEIT

“De politie is een populair en veelgebruikt onderwerp in films en series. We kennen allemaal de scène wel dat een agent bijvoorbeeld een deur intrapt, een kind redt en dan de held is van het politiebureau. Maar is dat wel de realiteit?

Een vergelijking. Ik reed twee weken geleden met mijn vaste collega door Zaandam. We kregen de melding dat een man al een aantal dagen niks meer van zich had laten horen, terwijl hij iedere dag langs zijn moeder ging. Ook zij had niks van hem gehoord. In de film: de agenten zetten hun zwaailicht en sirene aan en racen naar het adres. Realiteit: mijn collega en ik krijgen geen toestemming van de meldkamer om zwaailicht en sirene te gebruiken.

We komen ter plaatse bij de desbetreffende flat en gaan omhoog. De 'bonk' nemen we voor de zekerheid mee. We kloppen aan. In de film: de agenten kloppen aan en als er niet binnen drie seconden iemand open doet, trapt de agent met één trap de deur open. Realiteit: We kloppen aan. En nog eens. En nog eens. We bellen bij alle buren aan of iemand een reservesleutel heeft. Niemand blijkt deze te hebben. We kijken of we via het balkon van iemand anders naar binnen kunnen klimmen. Ook dit blijkt niet zo te zijn. We bellen met de hulpofficier van Justitie, en we krijgen toestemming om de deur eruit te bonken. Mijn collega vroeg of ik de deur wilde bonken. De 'bonk' is een soort stalen stormram, waarmee je een deur eruit kan rammen. Uiteraard wilde ik dit wel! In de film: de agenten lukt het in een keer. Realiteit: mijn collega en ik hebben er zes keer voor nodig voordat de deur eruit is. De deur ligt eruit. We zijn binnen. In de film: de agenten treffen een bloederig plaats delict aan met verborgen aanwijzingen naar de dader. Realiteit: de woning is leeg.

Nadat we de hele woning doorzocht hebben, blijkt dat de man ook niet thuis is. In de film: de agenten krijgen een volgende spannende melding. Realiteit: mijn collega en ik hebben twee uur staan wachten op een slotenmaker, totdat de deur weer afgedicht was. De sleutel van het nieuwe slot nemen wij mee naar het bureau en we plakken een briefje op de deur dat de eigenaar de sleutel bij ons kan afhalen. De eigenaar neemt contact met ons op. In de film: de agenten zijn de helden van het bureau en de stad, en krijgen misschien zelfs een medaille voor hun doortastend optreden. Realiteit: de huisbewoner dient een klacht in, omdat hij het allemaal overdreven vond. Daarbovenop zijn mijn collega en ik ruim een uur bezig met verschillende formulieren invullen.

Doe mij dan toch maar de film...”


Tom is in 2011 geslaagd voor het atheneum op het Jan van Egmond Lyceum en zit nu in de opleiding tot allround politiemedewerker op de Politieacademie. Hij wordt opgeleid voor Eenheid Noord-Holland.